1865 – 2015 - Vanaf het allereerste begin op naar een nieuwe tijd

150 jaar ondernemingsgeschiedenis hebben de firma WILKA tot datgene gemaakt, wat zij tot op de dag van vandaag is. Ook vandaag nog stammen alle vennoten van de onderneming uit de familielijnen van de in totaal 3 kinderen van Wilhelm Karrenberg en diens echtgenote Wilhelmine. WILKA er trots op nog steeds een onderneming te zijn, die haar weg geheel zelfstandig bepaalt.

1865 1900 1920 1925 1945 1960 1970 1980 1990 2000 2015

18351865

Wilhelm Karrenberg start in 1865 in zijn eigen woning „Am Schnorrbeutel“  in Velbert met een paar vijlen en kleine gebruiksvoorwerpen uit de branche de eigen zelfstandigheid.  Het huis lag tamelijk afgelegen, wat vermoedelijk de reden was waarom er naar een andere behuizing op zoek werd gegaan. Die werd gevonden aan het „Heidefeld“, een vakwerkhuisje, waarnaast zich een kleine werkplaats (smidse) bevond. In 1869 vond de verhuizing plaats.

Het huis 'am Heidefeld' stond nog tot aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw op het terrein, dat inmiddels weer in het bezit van de onderneming is - ca. 200 meter verwijderd van de huidige hoofdvestiging. De onderneming groeit gestaag en de drie zonen van de eigenaar, Julius, August en Ernst, treden allen na het verlaten van hun school tot de onderneming van hun vader toe. De oudste zoon Julius in 1874, August in 1884 en Ernst, de jongste zoon in 1886. Een foto uit 1888 toont de oprichter van de onderneming met zijn drie zonen, drie arbeiders en een leerling. De uit Mülheim afkomstige leerling heette „Bubsche“.

 

 

18351900

In 1895 werd de nieuwe fabrieksruimte betrokken. Vijf maanden later is ook het woonhuis, dat aan de Wülfrather Straße 64 werd opgetrokken, gereed voor bewoning. De techniek van de slotenfabricage begint te veranderen. Tot dusver was er alleen met handpersen gewerkt, de oppervlaktebewerking geschiedde met de vijl. Slotenfabricage was pure handarbeid. In het nieuwe gebouw werd de overstap naar mechanisch aangedreven persen gemaakt; de oppervlakken werden voortaan met slijpstenen of amarilschijven geslepen. Als aandrijfbron voor de machines diende een gasmotor van 6 PK. De nieuwbouw van 1895 wordt al drie jaar daarna met de aanbouw van een ketel- en machinehuis verder uitgebreid. In een verdere aanbouw wordt vervolgens een slijperij ingericht. In 1903 wordt een voor de toenmalige omstandigheden belangrijke uitbreiding gerealiseerd, de tegenwoordige slotenmakerij.

18351920

Reeds tijdens zijn leven droeg Wilhelm Karrenberg, die op het tijdstip van de verhuizing al 60 jaar was, het bedrijf over aan zijn drie zoons. De eerste inschrijving in het handelsregister d.d. 28 juni 1901 vermeldt de zonen Julius, August en Ernst als vennoten van de 'Offene Handelsgesellschaft' oftewel een vennootschap onder firma. De oprichter trok zich volledig uit de bedrijfsleiding terug. De eerste wereldoorlog bracht het bedrijf in grote moeilijkheden. Bijna alle werknemers werden, zij het niet onmiddellijk, voor de militaire dienst opgeroepen. Ook de in het bedrijf werkzame zonen moesten  soldaat worden. Van hen keerden er twee, namelijk Fritz en Ernst jr. na de oorlog niet terug in het bedrijf. Ernst, de jongste van de drie vennoten, werd voor dienst opgeroepen. Julius, de oudste, sloopte zichzelf in het vele werk, wat leidde tot een fysieke ineenstorting in 1915. Daardoor ontstond de mogelijkheid om Ernst van de oorlogsdienst vrij te stellen, zodat hij de leiding van het bedrijf kon overnemen. Daardoor kon er in 1916 weer wat leven in de "smederij" worden geblazen, die tot dan toe een nagenoeg volledig uitgestorven indruk had gemaakt. Met slechts enkele arbeidskrachten, voornamelijk vrouwen, was men in staat, tot aan het eind van de oorlog op de been te blijven. Op de draaibanken werden handgranaten gedraaid, op de persen klinknagels voor kardoezen geslagen, bovendien werden er trensen en bitstangen voor paarden vervaardigd.

Nog voor het einde van de oorlog, in 1916, overlijdt Wilhelm Karrenberg, zijn echtgenote overleeft hem nog 6 jaar.

18351925

Na het einde van de oorlog werd de productie van deursloten opnieuw ter hand genomen. Hoe snel men de productie vervolgens wilde uitbreiden, blijkt uit het feit dat in 1921 al een uitbreiding werd gerealiseerd, waarin een deel van de persenafdeling en de gereedschapsmakerij werden ondergebracht. Ook deze nieuwbouw werd onderkelderd. De kelder diende als uitbreiding van de materialenopslag. Het uitgebreide complex reikte daarmee tot aan de toenmalige Lindenstraße, de huidige Feuerdornstraße. Tijdens de Franse inval in het Roergebied in 1923 behoorde Velbert tot „bezet gebied“. Naast die omstandigheid zorgde ook de inflatie voor veel onrust en tal van onaangename situaties. Vanwege haar pogingen om, ondanks de Franse douaneblokkade, goederen naar het overige Duitsland te leveren en de productie op die manier zo lang mogelijk overeind te houden, raakte de onderneming wegens het niet opvolgen van de Franse douanevoorschriften in deze tijden van „passief verzet“ in een proces verwikkeld, dat voor een Franse rechtbank in Düsseldorf werd afgehandeld. Dit eindigde met een geldboete, die later door het Duitse Rijk werd vergoed. Dit betrof evenwel een nominale vergoeding, want in deze tijd van enorme inflatie gingen al spoedig alle waardemaatstaven verloren. In de kolommen van de kasboeken was geen plaats meer voor de astronomische getallen, tot de invoering van de rentemark aan de nachtmerrie een einde maakte. De ruilvoet van de nieuwe rentemark ten opzichte van de oude mark bedroeg 1 : 1.000.000.000.000 (1 biljoen).

In deze periode valt ook de eerste motorisering van het bedrijf. In 1923 werd een vrachtwagen van het merk NAG aangeschaft. Twee jaar later volgt ook de aanschaf van de eerste personenauto, een Opel-limousine.

18351945

Gedurende de periode tussen de beide oorlogen lag de bedrijfsleiding in handen van Ernst, de jongste zoon van de oprichter, en Karl, de oudste zoon van Julius Karrenberg. Karls broer en zuster ontvingen hun erfenis in de vorm van aandelen in een commanditaire vennootschap, zodat de firma de rechtsvorm aannam van een commanditaire vennootschap. Een van de commanditaire vennoten, Otto Karrenberg, was vanaf het einde van de jaren twintig tot 1947 in de onderneming werkzaam. 

August, de tweede zoon van de oprichter, was tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de onderneming werkzaam. Van zijn meerdere zonen was alleen Eugen overgebleven. Deze leidde de expeditieafdeling. Tot 1928 waren de economische omstandigheden goed. Maar toen nam de wereldwijde crisis zijn aanvang. Er was een werkloosheid zoals men die nooit eerder gekend had. Jarenlang "korter werken" bracht niet alleen nood en zorgen voor de arbeiders, ook de firma teerde op haar laatste reserves. De slechte economische situatie hield aan tot diep in de jaren dertig; pas de laatste jaren vóór de Tweede Wereldoorlog gaven een opleving te zien. Ernst stierf kort voor uitbreken van de oorlog in 1939. Zijn zoon Walter, die al sinds 1917 als koopman in de onderneming werkzaam was, trad tot de directie toe.

De Tweede Wereldoorlog schiep een met WO1 vergelijkbare situatie. Opmerkelijk in dit verband is dat het bedrijf, in tegenstelling tot menig andere onderneming, geen oorlog "nodig" had. Als bewijs daarvoor moge dienen dat pas lang na uitbreken van de oorlog en nadat het arbeidsbureau begonnen was met het wegroepen van medewerkers, begonnen werd met de productie van oorlogsartikelen. De productie van sloten kon slechts op minimale schaal in stand worden gehouden. Het machinepark, uitgebreid met meerdere draaibanken, werd naar productie van oorlogsmateriaal omgeschakeld. De eerste jaren na de oorlog waren moeilijk, tot de munthervorming de basis legde voor een nieuwe opbloei. De gereedschapsmakerij werd in 1945/46 als eerste afdeling compleet gemoderniseerd.

18351960

In de jaren 1952/53 werd begonnen met de productie van de eerste profielcilinders, waarvan de doorbraak nog tot het eind van de jaren vijftig op ziet liet wachten. Hier werd een belangrijke vooruitgang bij de uniformering van deze productiesector gerealiseerd. In de winter van 1954/55 werden in de slotenmontage voor het eerst vrouwen ingezet.

Gedurende de eerste helft van de vijftiger jaren bracht de dood veelvuldig bezoek aan de vennoten en leidende personeelsleden. In 1950 stierf Wilhelm Karrenberg. Daarmee was de generatie van de zonen van de oprichter uitgestorven. Zijn zoon Eugen, die tijdens de oorlog een ernstige ziekte had opgelopen, volgde in 1953. Een groot verlies voor de firma was de dood van Karl in 1954. Hij werd in de directie opgevolgd door zijn in 1924 geboren zoon Friedrich. Met hem trad de eerste vertegenwoordiger van de vierde generatie toe tot de ondernemingsleiding. Walter Karrenberg overleed in 1956, zijn broer Dr. Wilhelm Karrenberg trad als procuratiehouder toe tot de onderneming.

In Amerika werd een nieuw slottype ontwikkeld, dat niet alleen in de VS, maar ook in Midden- en Zuid-Amerika de markt veroverde. Wij noemen het een knopslot, de Amerikaanse naam is ‚tubular lock‘, omdat het sluitmechanisme is ondergebracht in een buis. Met de traditionele sloten, zoals die in Velbert werden geproduceerd, had het knopslot niets gemeen. De latere bedrijfsleider Kriesten ontwikkelde een compleet programma, dat tot in de jaren negentig in de Bondsrepubliek Duitsland enig in zijn soort bleef. Het bedrijf bleef groeien, in 1957 heeft het ca. 150 medewerkers in dienst.

In de jaren vijftig werd in het slotensegment gestart met tijdopnames, om een prestatiegerelateerd beloningssysteem op te bouwen, in 1948 volgden met de introductie van vooraf ingestelde tijden met tijdopnames in de cilinderbouw. In 1957 werd met de invoering van technisch tekenen een fundamentele stap in de richting van een exactere vastlegging en productie gezet. Naast de praktische leerlingenopleiding werd eind vijftiger jaren ook de theoretische opleiding geïntroduceerd.

18351970

In 1962 werd de lakkeerderij compleet vernieuwd en in 1965 werd het woonhuis aan de Wülfrather Straße 56 bijgekocht. Hier werden woningen voor medewerkers gerealiseerd en de schrijnwerkerij ondergebracht. Op het vlak van de bedrijfsmatige organisatie werden eind jaren vijftig resp. begin jaren zestig de voorwaarden voor modernere procedures geschapen. Na het knopslot- en cilindersegment werden ook in het slotensegment planningsregisters opgebouwd en geïnstalleerd. Naast de introductie van eerste premiesystemen in de jaren zestig werd door de ontwikkeling van een vergelijkingssysteem voor streefwaarden/actuele waarden ook gestart met de invoer van een groot aantal kostenplaatsen.

In mei 1965 overleed Dr. Wilhelm Karrenberg, die met de financiële leiding van de onderneming belast was.

Ten aanzien van de machineuitrusting voor het cilindersegment waren de jaren na 1966 van bijzonder belang. Een groot aantal van deze machines werd in eigen beheer geproduceerd en vormde een technische verrijking. In het slotensegment waren naast de investeringen in machines vooral spuitgietwerk en verzinkte componenten doorslaggevend voor de duidelijke rationalisatie in de productie. Eind jaren zestig werden de voorschriften van de arbeidsinspectie steeds uitgebreider. Op dit vlak was het bedrijf bijzonder vooruitstrevend, wat ook tot uitdrukking kwam in de foto's, die de beroepsvereniging als voorbeeld van vooruitstrevende installaties in het bedrijf liet maken. 1970 telde het bedrijf reeds 280 medewerkers.

 

18351980

In 1973 werd de eerste insnijmachine ingezet voor cilinders met 6 stiften Dit bracht een belangrijke ommezwaai te weeg - de variantenveelvoud nam toe en na korte tijd was het bedrijf de eerste aanbieder van standaardcilinders, die bij een normale bouwlengte standaard over 6 stiften beschikten. In 1997 ontving het bedrijf een patent op schuine sleutelinsnijdingen, dat de markt opende naar grote sluitsystemen. Dat geschiedde in samenhang met een nieuwe profielengeneratie, die in het kader van de sluittechniek voor het eerst de mogelijkheid van individualisering van het sluitprofiel schiep - het handelsmerk WILKA was op het profiel afleesbaar. De jaren zeventig markeerden in het slotensegment ook de geboorte van de profielsloten. Door brede toepassing van aluminium- en kunststofprofielen in de deurenbranche werd hier een indrukwekkend programma opgebouwd. In 1979 volgde het eerste anti-paniek slot. In 1978 werd feitelijk als trendsetter in Duitsland de eerste meervoudige vergrendeling ontwikkeld. Deze werd in 1985 door een compleet programma afgelost - een bijdrage aan de steeds hogere veiligheidsbehoefte ten gevolge van de als maar toenemende inbraakcriminaliteit in die jaren.

In 1980 telt de onderneming inmiddels ca. 290 werknemers.

 

18351990

Aan het jaar 1989 heeft de onderneming een droevige herinnering. Na meer dan 30 jaar als beherend vennoot de leiding te hebben gehad overleed onverwachts de heer Friedrich Karrenberg. Hij had de onderneming onder zijn beheer tot een succesvol en gezond bedrijf gemaakt. Omdat van de overgebleven vennoten niemand de leiding kon overnemen, werd de firmanaam per 01-01-1990 gewijzigd in WILKA Schließtechnik GmbH. De naam Karrenberg bleef in de afgesplitste eigendomsvennootschap, de Wilhelm Karrenberg GmbH + Co, behouden. Door de vergadering van vennoten werden de heer Hans-Joachim Rust, zoon van de mede- eigenaresse, mevrouw Ruth Rust, en de heer Wolfgang K. Schlieper, schoonzoon van de overleden Friedrich Karrenberg als opvolgers in de ondernemingsleiding aangewezen. Beiden waren reeds vele jaren in de onderneming werkzaam en zij verdeelden de hun tot dusverre toegewezen zakelijke gebieden dienovereenkomstig onder elkaar. Begin 1990 bedroeg het aantal werknemers van de onderneming ca. 300.

 

18352000

Elektronische hulpmiddelen, zoals het CAD- systeem in 1991 en het archiveringssysteem in 1994 deden hun intrede in de bedrijfsroutine en in 1995 werd de eerste lasersnijmachine geïnstalleerd, waarmee kleine series en modellen in tot dan toe ongekende snelheid en precisie konden worden geproduceerd. Begin 1994 werden voor de werknemers flexibele tijden ingevoerd en in het zelfde jaar opende het bedrijfsrestaurant zijn deuren.

In 1996 ontving de kwaliteitsdienst van de onderneming de certificatie conform DIN EN ISO 9001

In 2001 werd het eerste WILKA-keersleutelssysteem op de markt aangeboden. Dit etableerde zich in het hoogste veiligheidssegment. In het slotensegment vormden dwarsvergrendelingen- en bijzetsloten met een bijzonder design een markante stap voorwaarts.

Om de sinds jaren teruglopende bouwconjunctuur in Duitsland het hoofd te bieden, werd in de herfst van 2001 de eerste dochteronderneming in Leszno, Polen, geopend. Hiermee wilde men door een servicebedrijf ter plekke inspelen op de toekomstmarkten van Europa. Als eerste stap werd naast de aanstelling van een buitendienst-team een voorraad- magazijn ingericht. Eind 2001 werd de eerste robot in de fabricage ingezet – een systeem voor volautomatische productie van keersleutels. In maart 2003 overleed plotseling Hans-Joachim Rust en Wolfgang K. Schlieper werd door de vennoten als enige leidinggevende benoemd.

De kerncompetentie in het segment profieldeuren werd door de ontwikkeling van complete oplossingen voor vluchtdeuren in dit segment onderstreept. 

 

18352015

2008 nam de onderneming als een van de mede-initiatoren deel aan het regionale initiatief tot oprichting van een hogeschool-instituut voor beslag- en veiligheidstechniek. Daaraan verbonden was een jaarlijkse sponsering gedurende vijf jaren in de startfase. Hiermee werd uitdrukking gegeven aan de verbondenheid met de regio en de vestigingslocatie Velbert. 2008 was ook het jaar, waarin WILKA de eerste elektronische cilinder op basis van de internationaal wijdverspreide Mifare- standaard presenteerde. 2009 als jaar van de wereldwijde financiële crisis heeft ook bij WILKA sporen achter gelaten, al waren deze vele malen kleiner dan in andere branches. De teruggang betrof in het bijzonder afzonderlijke exportmarkten. In tegenstelling tot andere branche-ondernemingen kon het middel 'korter werken' of ontslagen achterwege blijven, wat evenwel een stijging van het aandeel personeelskosten tot gevolg had.

Bij de producten lag het zwaartepunt op een compleet nieuwe slotenserie voor het profieldeurensegment. Bij de cilinders trad een sterke vraag naar nieuwe uitvoeringen tegen actuele inbraakmethodes op. 2010 begon met de toetreding van de zesde familiegeneratie in de persoon van Robert Schlieper. Hij startte in de technische afdeling, om voldoende productie- en fabricagekennis op te doen. De ervaringen gedurende de achter ons liggende jaren met gewijzigde zwaartepunten, maar ook de moeilijkheden op de afzonderlijke exportmarkten vroegen om een nieuwe organisatie van de verkoopstructuur.

Het jaar 2012 liet met meer dan 5 miljoen euro de tot dusver hoogste investeringen uit de bedrijfsgeschiedenis zien. Bij de machines werd o.a. de grootste flexibele cilinderkernfreesmachine ter wereld geïnstalleerd. En na tal van jaren werd met een kantoornieuwbouw een markant teken neergezet. In ruim 5 maanden bouwtijd ontstond een modern verkoop- en scholingsgebouw.

In 2015 kan de onderneming terugblikken op een 150-jarige traditie, en zijn de verhalen van vroeger op sommige plaatsen nog voelbaar.